 |
LEERLIJN KLIMAAT EN ENERGIE
1. INLEIDING
1.1 Introductie
De ongemakkelijke waarheid van klimaatverandering is in 2006 duidelijk op de kaart gezet. De film ‘An inconvenient truth’ van Al Gore heeft vele wereldburgers de mogelijke scenario’s van klimaatverandering laten zien: Groenland zonder gletsjers, de hoogste CO2-concentratie ooit gemeten met een verdubbeling in 2100 als er geen maatregelen getroffen worden, een mondiale temperatuurstijging van 1,1 tot 6,4 ºC, een mondiale zeespiegelstijging van 0,18 tot 0,59 meter (en hoger door een mogelijk versnelde afsmelting van het ijs van Groenland en Antarctica), meer parasieten, ziekten en plagen op het Noordelijk halfrond door de zachte winters. Mogelijke gevolgen voor Nederland zijn bijvoorbeeld een groter risico op overstromingen en wellicht geen elfstedentochten meer?
De oorzaak van de wereldwijde temperatuurstijging is zeer waarschijnlijk (meer dan 90% zeker) het menselijk handelen, zo concludeert het International Panel on Climate Change (IPCC AR4, 2007). Sinds de industriële revolutie veroorzaakt het veelvuldig gebruik van fossiele brandstoffen een verhoogde CO2-concentratie. Daarnaast dragen methaan en lachgas bij aan het versterkte broeikaseffect door de grootschalige en vaak intensieve landbouw voor 6 miljoen wereldburgers. Het terugdringen van fossiele brandstoffen is een van de oplossingen voor het beperken van een wereldwijde temperatuurstijging. Dat kan door bijvoorbeeld zuiniger om te springen met de energie of over te schakelen op duurzame energiebronnen.
Tegelijkertijd speelt een heel andere discussie, die zich makkelijk verweeft met (maar ook een oplossingsrichting is voor) het klimaatvraagstuk. Door de grote vraag naar energie sinds de industriële vooruitgang zullen de fossiele brandstoffen langzaam opraken. Het dwingt ons tot overschakelen op andere (duurzame) energiebronnen als biobrandstoffen, wind, waterkracht, zonne- en mogelijk kernenergie. Het omschakelen naar duurzame energiebronnen draagt dus zowel bij aan de oplossing om klimaatverandering te beperken als aan een oplossing voor het tekort in de toekomst aan fossiele brandstoffen.
De leerlijn klimaat en energie zal op beide maatschappelijke vraagstukken ingaan. Het onderwijs kan een bijdrage leveren aan de vermindering van het gebruik van energie(bronnen) en daarmee aan het tegengaan van klimaatverandering. Leerlingen krijgen in hun (directe) toekomst te maken met dit vraagstuk, zowel in hun privéleven als in hun beroepspraktijk. Zij zullen worden aangesproken op oplossingsrichtingen, op hun eigen verantwoordelijkheid en aanpassingsvermogen. De leerlijn klimaat en energie biedt handvatten om leerlingen kennis en competenties over de thema’s energie en klimaat gestructureerd aan te bieden.
Voor de toepassing van de leerlijn is het raadzaam klimaatverandering geen paraplubegrip te laten worden maar oorzaken, gevolgen en maatregelen zuiver te houden. Concreet betekent het dat wanneer je leerlingen vraagt zelf energie te besparen, zij weten aan welk achterliggende maatschappelijk vraagstuk ze werken: het klimaatvraagstuk, het vraagstuk van fossiele brandstoffen of beide.
Met de digitale leerlijn kunnen onderwijsontwikkelaars en NME-centra zogenaamde ‘witte vlekken’ in kaart brengen en bijvoorbeeld zien voor welke doelgroepen of over welke onderwerpen er nog (te) weinig is ontwikkeld. Docenten kunnen met de verschillende producten een eigen leerlijn uitzetten gerelateerd aan de verschillende leeftijden van de leerlingen en de onderwijscompetenties.
Een digitale productinventarisatie voor het onderwijs voor de thema’s klimaatverandering en duurzame energie is te vinden op deze website. De lijst met producten is niet statisch, want er zijn voortdurend nieuwe inzichten, publicaties en producten. Daarom zijn nieuwe producten voor deze thema’s digitaal aan te melden via deze website.
volgende pagina terug naar Leerlijn
|