 |
2.7 Universiteit Utrecht, leerstoelgroep Didactiek van de Biologie
Binnen de Commissie Vernieuwing Biologie Onderwijs is Kerst Boersma, werkzaam bij de leerstoelgroep Didactiek van de Biologie aan de Universiteit van Utrecht, onder andere bezig met het ontwikkelen van de doorgaande leerlijn Biologie. In deze leerlijn komt ook het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ terug. Als je hem vraagt wat leerlingen zouden moeten leren over klimaat en duurzame energie, dan wijst hij op het belang van de kerndoelen en eindtermen voor de verschillende vakken, die vastliggen. “Wat realiseerbaar en van belang is voor leerlingen om te leren over klimaat en duurzame energie wordt vastgelegd in de eindtermen. Als je als organisatie die buiten school staat producten aanbiedt, dan doe je er verstandig aan om ze in ieder geval hieraan te relateren.”
Een probleem met onderwerpen zoals klimaat(verandering) en ook duurzame energie is vaak de plaats binnen het onderwijs. “Zowel klimaatverandering als energie zijn in verschillende (bčta)vakken ingebed, je ontkomt er dus niet aan om je af te vragen hoe wat er vanuit het ene vak wordt bijgedragen, wordt afgestemd op wat er vanuit het andere vak aan wordt bijgedragen.” Je hebt te maken met conceptuele verschillen: het begrip energie bijvoorbeeld heeft verschillende betekenissen bij de verschillende vakken. De vraag is dus: hoe werk je de inhoudelijke samenhang tussen vakken uit? De onderwerpen vakoverstijgend aanbieden heeft geen meerwaarde als daar niet die extra laag aan toegevoegd wordt.
Bij het ontwikkelen van onderwijsproducten, dus ook die over duurzame energie en klimaat, is het volgens Boersma belangrijk om te denken vanuit de leerling: “Binnen welke leefwereldcontexten (handelingspraktijken) wordt kennis over deze onderwerpen gebruikt en welke informatie heeft betekenis en is relevant voor leerlingen?” Een leefwereldcontext is dan bijvoorbeeld ’energiegebruik in het gezin’, en eigenlijk hoef je daarvoor maar heel weinig over energie te weten. Aan kennis die ze niet tegenkomen of kunnen toepassen in hun eigen dagelijks handelen, hebben leerlingen in het basisonderwijs niets, deze heeft dus geen waarde voor ze. Volgens Boersma zou het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs haar tijd moeten inzetten op onderwerpen die de leerlingen tegenkomen in de handelingspraktijken waar ze zelf aan deelnemen. Voorbeelden van dit soort onderwerpen binnen de leefwereldcontexten staan in tabel 3.1.
Aanbevelingen voor onderwijs(ontwikkelaars)
- Relateer de producten aan de kerndoelen en eindtermen die gelden voor het onderwijs.
- Werk de inhoudelijke samenhang van de begrippen bij de verschillen vakken uit.
- Beperk je voor het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs tot de leefwereldcontexten/handelingspraktijken van de leerling: wat moet de leerling nu čcht weten om in de toekomst (bewust) te kunnen handelen en mee te kunnen denken over oplossingen.
De volgende onderwijsproducten sluiten onder andere aan bij de aandachtspunten uit bovenstaande visie
- Handelingspraktijk dagelijks leven: Milieu in eigen huis - Steengoed.
volgende pagina vorige pagina terug naar Leerlijn
|