Leerlijn klimaat en duurzame energie  
Eindtermen klimaat en energie VMBO


EINDTERMEN KLIMAAT EN ENERGIE VMBO

AARDRIJKSKUNDE
De exameneenheden van het verrijkingsdeel gelden alleen voor de gemengde en de theoretische leerweg.

AK/V/4 Omgaan met de natuurlijke hulpbron energie
De kandidaat kan
de mogelijkheden van het energiegebruik op aarde in relatie tot de draagkracht van de aarde beschrijven en verklaren en hij/zij kan de maatregelen gericht op duurzaam en milieuvriendelijk energiegebruik beoordelen met Nederland als referentiekader.
In dat verband kan hij/zij

  • aard en omvang van verschillende soorten energiebronnen, in het bijzonder fossiele brandstoffen, inventariseren en lokaliseren.
  • het gebruik van verschillende energiebronnen in Nederland inventariseren en de Nederlandse situatie vergelijken met het wereldgemiddelde en met rijke en arme landen.
  • het toenemend gebruik van fossiele brandstoffen in relatie tot de beschikbare en bruikbare voorraden beschrijven en verklaren.
    Daarbij betrekt hij/zij de ontwikkeling van de bevolking, de welvaart en de technologie.
  • milieuproblemen als gevolg van het (toenemend) gebruik van fossiele brandstoffen beschrijven, met name verzuring en broeikaseffect .
  • maatregelen tegen milieuverontreiniging door het gebruik van fossiele brandstoffen noemen en beoordelen.
  • maatregelen gericht op energiebesparing en het gebruik van duurzame energiebronnen noemen en beoordelen.


BIOLOGIE
De tekstdelen die niet zijn gecursiveerd, gelden voor alle leerwegen. De gecursiveerde tekstdelen gelden alleen voor de theoretische, de gemengde en de kaderberoepsgerichte leerweg.

BIO/K/7 Mensen beïnvloeden hun omgeving
De kandidaat kan

1. toelichten dat de mens voor voedsel, water, zuurstof, grondstoffen, energie en recreatie van ecosystemen afhankelijk is.

2. de relatie toelichten tussen een grotere voedselproductie en bodembewerking, voeding, gewasbescherming en veredeling waaronder genetische modificatie.

3. de belangrijkste oorzaken en effecten noemen van de aantasting van natuur en milieu door overbevolking, door bepaalde soorten afval, door het gebruik van bestrijdingsmiddelen, door verkeer en door energiegebruik, mede met gebruikmaking van scheikundige benamingen.

4. voor een concrete situatie informatie verzamelen voor mogelijkheden tot maatregelen met als doel het waarborgen van een duurzame relatie tussen mens en milieu en in een presentatie de geïnventariseerde maatregelen samenvatten en de effecten ervan toelichten.

5. het belang beschrijven van een nationale en mondiale aanpak van bescherming van het milieu.


NATUUR- EN SCHEIKUNDE 1
De tekstdelen die niet zijn gecursiveerd, gelden voor alle leerwegen. De gecursiveerde tekstdelen gelden alleen voor de theoretische, de gemengde en de kaderberoepsgerichte leerweg.

NASK1/K/5 Elektrische energie in huis
De kandidaat kan
7. het totale energiegebruik van elektrische apparaten meten met een kWh-meter en de energiekosten berekenen

  • vermogen
  • kWh meter
  • kWh en joule.

8. een beargumenteerde keuze maken uit gelijksoortige elektrische apparaten ten aanzien van energiegebruik, rendement, levensduur en veiligheid

  • spaarlampen
  • recycling.


NASK1/K/6 Verbranden en verwarmen
De kandidaat kan
4. de milieu en gezondheidseffecten noemen die kunnen optreden als gevolg van energiegebruik in eigen land en elders ter wereld in andere culturen

  • luchtverontreiniging
  • zure regen
  • broeikaseffect
  • thermische verontreiniging
  • irritatie en beschadiging van slijmvliezen, ogen en luchtwegen.

6. zelfverworven informatie presenteren over de opwekking en distributie van elektrische energie op grote schaal

  • conventionele gestookte centrale
  • waterkrachtcentrale
  • windkrachtcentrale
  • kerncentrale
  • zonnecel.

7. zelfverworven informatie presenteren over vóór en nadelen van het gebruik van verschillende energiebronnen

  • aardgas
  • steenkool
  • aardolie
  • kernenergie
  • windenergie
  • waterkracht
  • aardwarmte
  • getijde-energie
  • biogas.

8. het proces beschrijven van verbranden van brandstoffen en het belang toelichten van voldoende luchttoevoer in verband met veiligheid en milieu

  • brandstoffen 
    • steenkool
    • cokes
    • koolwaterstoffen
  • onvolledige verbranding
    • extra reactieproducten o.a. koolstofmono-oxide en koolstof.


NASK1/K/12 Het weer
De kandidaat kan
1. de temperatuur meten en de werking van een thermometer verklaren en een systeem ontwerpen waarin thermometers betrouwbaar geijkt kunnen worden

  • vloeistofthermometer; bimetaalthermometer
  • absolute temperatuur
  • relatie tussen de schalen van Celsius en Kelvin.

32. luchtdruk meten en in verband brengen met de hoogte

  • onderdruk, overdruk, absolute druk
  • barometer .

43. het ontstaan van wolken en neerslag beschrijven met behulp van fasen en fase-overgangen

  • regen, hagel, sneeuw, ijs, rijp, condens
  • luchtdrukverschil
  • dauwpunt .

54. het verschijnsel bliksem in verband brengen met elektrische spanning en met elektrische stroom

  • ontlading door de lucht
  • bliksem en donder
  • onweerswolken
  • veiligheidsmaatregelen.

65. zelf-verworven informatie presenteren over maatschappelijke aspecten in verband met weersverschijnselen

  • aspecten van veiligheid en gezondheid
  • lucht- en bodemverontreiniging
  • luchtvochtigheid.


NATUUR- EN SCHEIKUNDE 2
Geen eindtermen met een relatie tot klimaat en/of (duurzame) energie.

volgende pagina                              vorige pagina                         terug naar Leerlijn